| |
Dit project wil de cultuurhistorie van Veendam tot uiting laten komen bij de herinrichting van de as tussen Station en Museumplein. Het is de bedoeling op drie belangrijke punten op deze as kunstwerken te plaatsen. Ook bij de opdracht voor de kunstwerken wordt aan de kunstenaars gevraagd de geschiedenis van Veendam te betrekken.
Het is niet mijn gewoonte historische gegevens letterlijk als uitgangspunt te nemen voor mijn werk. Wel heeft de kennismaking met de Veendamse historie me geïnspireerd en op een spoor gezet. Turfwinning, scheepvaart, landbouw, aardappelzetmeel, strokarton; hier in en om Veendam ligt voor degene die het zoekt de geschiedenis nog voor het opscheppen. De vele kanalen waarlangs het turf werd afgevoerd of de straatbordjes waaruit op te maken valt dat het diep werd gedempt. Lopend langs van Beresteijnstraat herinneren de panden aan de welstand die het industriële verleden bracht.
Voor mij is in Veendam bijzonder dat een belangrijk deel van de geschiedenis niet onder ons ligt – en zichtbaar kan worden gemaakt door opgravingen – maar zich juist boven ons hoofd afspeelde. Het veen is immers afgegraven en daarmee ook (een deel van) de historie. Een ander indrukwekkend gegeven is voor mij de enorme hoeveelheid arbeid die daarvoor nodig was. Veendam, plaats waar lang geleden, door vele jaren van plantengroei, de aarde bedekt was met een meters dik veenpakket. Waar mens, plant en dier leefden op het veen dat zich – voor het werd ontgonnen - op een aantal meters boven ons huidige maaiveldniveau bevond.
Veendam, gebied waar het veen door vele handen werd afgegraven. Waar de fysieke kracht van de mensen werd gebruikt voor het winnen van de energie, gevat in handzame blokken turf. Water weggepompt, de turf gestoken, opgetast, gedroogd en daarna massaal verscheept naar elders, als voedsel voor de vuren in kachels en ketels.Veendam, het land. De geschiedenis van de Veenkoloniën brengt telkens een nauwe relatie tussen mens en land in beeld. Beter gezegd tussen mens en plant; het veen, de aardappel en het koren.
|
|
| |
Het lichtobject markeert een plek om te zijn en is tegelijkertijd een baken om je op te oriënteren. Het beeld is organisch van vorm, geboetseerd en daarna gegoten. Het doet denken aan een netwerk van vergroeide wortels. De wortels groeien uit een boonachtige vorm die vanaf de grond met een lange steel oprijst. Het gegoten materiaal is aluminium, de huid ervan reflecteert en speelt met het licht.

In het donker wordt het beeld met een lichtbundel aangelicht. Als extra effect wordt het beeld aangelicht op een manier die doet denken aan de reflectie van zonlicht op water. Met deze vorm en belichting wil ik het gegeven dat het veen en water hier meters hoger lagen fysiek oproepen. Alsof je als beschouwer onder tegen het wateroppervlak kijkt waar planten eeuw na eeuw groeiden en afstierven in het water, en zo het veen deden ontstaan.
|
|
| |
Waar het lichtobject wordt gekenmerkt door een verstilde vorm straalt het waterobject juist kracht en dynamiek uit. Dat wordt veroorzaakt door de interactie van de verschillende oprijzende vormen en door het waterspel.De drie bladachtige elementen (verwant aan de boonvorm van het lichtobject) lijken door hun actieve stand en de herhaling als het ware een rondedans op te voeren. Ze drukken een beweging uit die associeert met dans of met de cadans waarin (grond)werk wordt verricht.Tegen “de schouder” van deze drie elementen leunt telkens een soort handwerktuig, in de vorm van een dubbele, gebogen steel met aan het uiteinde een zeis- of schepvorm. Niet alleen verwijzend naar het afgraven van het veen maar bijvoorbeeld ook het maaien van het koren.Het water kan op drie manieren worden aangestuurd en heeft ook drie verschillende effecten. Zo ontstaat er steeds een ander type waterobject, dit om de dynamiek nog sterker te maken en de belevingswaarde te vergroten. Tegelijkertijd wordt er op die manier rekening gehouden met de praktische kant van een waterwerk op een druk kruispunt voor automobilisten, fietsers en voetgangers. Het object schakelt namelijk naar een andere stand naar aanleiding van verschillende weertypen en windsnelheden. Er zijn drie mogelijkheden:
- Bij normaal Nederlands weer (wind, wolken en af en toe een bui) ontstaat aan drie kanten een watervlies, die alle drie meebuigen met de ronding van de plastiek. Dit gebeurt door onder tegen de drie gebogen bladvormen aan te spuiten. Denk daarbij aan de vorm van het water als je een lepel onder de kraan houdt
- Bij harde wind valt het water zwaar onderuit de drie binnenste zeis- of schepvormen naar beneden. De wind krijgt minder vat op “dik” en al vallend water.
- Bij zon en een zacht briesje spettert het water boven uit de zeis- of schepvormen. Hier is het vooral het zonlicht dat voor een extra dimensie kan zorgen in de vorm van in de plastiek ontstane regenboogkleuren.
|
|
| |
Waar beide andere werken een open karakter hebben, is er bij het speelobject sprake van een binnenkant en een buitenkant. De bladeren met steel liggen hier bijna terloops over elkaar heen gebogen en lijken in die stand ‘gedroogd’. Samen vormen ze een ongewone, open, maar wel beschutte plek, die uitnodigt om door kinderen ‘onderzocht’ te worden. Ze kunnen er onderdoor kruipen, er op zitten of in klimmen. De openheid zorgt ervoor dat er toezicht mogelijk is, de beschutting is plezierig op deze door het verkeer en de aangrenzende parkeerplaats gedomineerde plek. De organische vorm zal snel een herkenningspunt zijn, omdat het op deze `stenige en hoekige´ locatie een opvallend contrast is. |
|